Meditatie viering: Maria Magdalena 26-05-2009

Meditatieve viering: Maria Magdalena

Openingslied:  ”Not to be hidden” (nr.65)
Jij bent het licht van de wereld. Dat moet niet verborgen worden maar schijnen voor iedereen.

You are the salt of the earth,
you are the light of the world,
not to be hidden but to be seen by all the world, all the world.

You are a lamp in the night,
shining your light for all to see,
not to be hidden but to be seen by all the world, all the world.

Not to be hidden, not to be hidden,
but to be seen by all the world all the world.
Not to be hidden, not to be hidden,
but to be seen by all the world all the world.

Welkomstwoord

Inleiding

Maria Magdalena is een van de bekendste figuren uit het evangelie. Toch spreekt de bijbel nauwelijks over haar. Er staat dat zij rouwde bij het kruis, als eerste het lege graf en de opgestane Heer zag, en toen snel de andere discipelen zijn boodschap ging doorvertellen. Lucas vertelt dat van haar 'zeven boze geesten waren uitgevaren'. Verder zwijgt de bijbel over de Magdaleense. Desondanks is zij in de christelijke traditie een eigen leven gaan lijden. Maria Magdalena is een vrouw die de eeuwen door tot de verbeelding heeft gesproken. Ze is vereerd en verguisd. Wat is van dat imago overgebleven? Volgens sommigen was zij het, en niet de apostel Petrus, die Jezus' vertrouweling was en die zijn woorden het best heeft begrepen. Portret van een geliefde én gewantrouwde volgeling.

Lezing - Lucas 7, 36-50 De liefde van een zondares

Een van de Farizeeën nodigde hem uit voor de maaltijd, en toen hij het huis van de Farizeeër was binnengegaan, ging hij aan tafel aanliggen. Een vrouw die in de stad bekendstond als zondares had gehoord dat hij bij de Farizeeër thuis zou eten, en ze ging naar het huis met een albasten flesje met geurige olie. Ze ging achter Jezus staan, aan het voeteneinde van het aanligbed; ze huilde en zijn voeten werden nat door haar tranen. Ze droogde ze met haar haar, kuste ze en wreef ze in met de olie. Toen de Farizeeër die hem had uitgenodigd dit zag, zei hij bij zichzelf: Als hij een profeet was, zou hij weten wie de vrouw is die hem aanraakt, dat ze een zondares is. Maar Jezus zei tegen hem: ‘Simon, ik heb je iets te zeggen.’ ‘Meester, spreek!’ zei hij.  ‘Er was eens een geldschieter die twee schuldenaars had: de een was hem vijfhonderd denarie schuldig, de ander vijftig. Omdat ze het geld niet konden terugbetalen, schold hij beiden hun schuld kwijt. Wie van de twee zal hem de meeste liefde betonen?’ Simon antwoordde: ‘Ik veronderstel degene aan wie hij het grootste bedrag heeft kwijtgescholden.’ Hij zei tegen hem: ‘Dat is juist geoordeeld.’ Toen draaide hij zich om naar de vrouw en vroeg aan Simon: ‘Zie je deze vrouw? Ik ben in jouw huis te gast, en je hebt me geen water voor mijn voeten gegeven; maar zij heeft met haar tranen mijn voeten natgemaakt en ze met haar haar afgedroogd. Je hebt me niet begroet met een kus; maar zij heeft, sinds ik hier binnenkwam, onophoudelijk mijn voeten gekust. Je hebt mijn hoofd niet met olie ingewreven; maar zij heeft met geurige olie mijn voeten ingewreven. Daarom zeg ik je: haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er vele, want ze heeft veel liefde betoond; maar wie weinig wordt vergeven, betoont ook weinig liefde.’ Toen zei hij tegen haar: ‘Uw zonden zijn u vergeven.’ Zijn tafelgenoten dachten bij zichzelf: Wie is hij, dat hij zelfs zonden vergeeft?  Hij zei tegen de vrouw: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede.’

Gedicht - Maria Magdalena
Ik hield van Hem. Ik kon Hem niet vergeten.
Zijn stem, zijn blik, zijn houding en gebaar
Bleven mij bij na dat bewogen jaar
Toen wij, bedeesd, Hem welkom mochten heten.
Wanneer ik aan zijn voeten was gezeten,
Raakten zijn handen, zegenend, mijn haar.
Nooit voelde ik ons nader tot elkaar,
Nooit heb ik mij gelukkiger geweten.

Ik had Hem lief, maar ‘k wist dat onze wegen
Niet in dezelfde richting konden gaan.
Hij was Gods zoon, verheerlijkt en veracht.
Met bloedend hart heb ik op Golgotha gestaan,
De dag verworden tot één grauwe nacht…
De jaren gingen. Nog voel ik zijn zegen.

Gebed

Moment van stilte

Lied: Grootebroek/ Enkhuizen

I don’t know how to love him -  nr. 24
Hoe moet ik van hem houden? Hij verwart me, hij maakt me bang, ik die altijd alles zo in de hand heeft. Ik ben veranderd. Ik weet niet wat ik er mee aan moet? Ik houd van hem.

I don’t know how to love him,
what to do, how to move him.
I’ve been changed, yes really changed.
In these past few days, I’ve seen myself
I seem like someone else.

I don’t know how to take this
I don’t see why he moves me.
He’s a man, he’s just a man.
And I’ve had so many men before in very many ways.
He’s just one more.

Should I bring him down,
should I scream and shout
should I speak of love?
Let my feelings out!
I never thought I’d come to this.
What’s it all about.

Don’t you think it’s rather funny
I should be in this position?

I’m the one, who’s always been
so calm, so cool, no lover’s fool
Running ev’ry show
He scares me so.

Should I bring him down,
should I scream and shout
should I speak of love?
Let my feelings out!
I never thought I’d come to this.
What’s it all about.

Yet, if he said he loved me,
I’d be lost, I’d be frightened.
I couldn’t cope, just couldn’t cope.
I’d turn my head, I’d back away.
I wouldn’t want to know.
He scares me so. I want him so, I love him so.

Lezing - Lucas 8, 1-3

Kort daarop begon hij rond te trekken van stad tot stad en van dorp tot dorp om het goede nieuws over het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden hem, en ook enkele vrouwen die van boze geesten en ziekten genezen waren: Maria uit Magdala, bij wie zeven demonen waren uitgedreven, Johanna, de vrouw van Chusas, de rentmeester van Herodes, en Susanna – en nog tal van anderen, die uit hun eigen middelen voor hen zorgden.

Tekst

‘Mijn God’ zijn maar twee woorden.
Ik heb je lief’ zijn er maar vier.
Je zou kunnen beweren
dat als je het met die twee en vier woorden niet heb gezegd,
Dan zeg je het ook niet meer.
(Toon Hermans)

Gebed

Moment van stilte

Lied:

“Elkaar dragen” (nr.17)
Op eeuwige vleugels gedragen,
veilig maar kwetsbaar, mensen van God.
Op eeuwige vleugels gedragen,
ik ben er voor jou, zoals jij voor mij; mensen van God.

Lezing - Lucas 10, 38-42

Toen ze verder trokken ging hij een dorp in, waar hij gastvrij werd ontvangen door een vrouw die Marta heette. Haar zuster, Maria, ging aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Maar Marta werd helemaal in beslag genomen door de zorg voor haar gasten. Ze ging naar Jezus toe en zei: ‘Heer, kan het u niet schelen dat mijn zuster mij al het werk alleen laat doen? Zeg tegen haar dat ze mij moet helpen.’ De Heer zei tegen haar: ‘Marta, Marta, je bent zo bezorgd en je maakt je veel te druk. Er is maar één ding noodzakelijk. Maria heeft het beste deel gekozen, en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Tekst - Liefde

Vroeger heb ik wel eens gezegd:
‘Liefde is ’n stukje eeuwigheid.’
Maar nu jij weg bent gegaan
En ik je toch niet heb verloren,
Nu weet ik, dat eeuwigheid niet
Uit stukjes en beetjes bestaat en
Dat liefde de eeuwigheid zelf is.

Gebed

Moment van stilte

Lied:

Lied: Enkhuizen

“Kostbaar” (nr.8)

Kostbaar zegt God, ben jij in mijn ogen Ik heb je lief. (3x)

Lezing – Johanndes 20, 1-18

Vroeg op de eerste dag van de week, toen het nog donker was, kwam Maria uit Magdala bij het graf. Ze zag dat de steen van de opening van het graf was weggehaald. Ze liep snel terug naar Simon Petrus en de andere leerling, van wie Jezus veel hield, en zei: ‘Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald en we weten niet waar ze hem nu neergelegd hebben.’ Petrus en de andere leerling gingen op weg naar het graf. Ze liepen beiden snel, maar de andere leerling rende vooruit, sneller dan Petrus, en kwam als eerste bij het graf. Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek. Toen ging ook de andere leerling, die het eerst bij het graf gekomen was, het graf in. Hij zag het en geloofde. Want ze hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat hij uit de dood moest opstaan. De leerlingen gingen terug naar huis.

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.)  ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus. ‘Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.’ Maria uit Magdala ging naar de leerlingen en zei tegen hen: ‘Ik heb de Heer gezien!’ En ze vertelde alles wat hij tegen haar gezegd had.

 

Tekst - Hooglied 5:6-8

En ik deed open voor mijn lief,
Maar hij was weg,
Mijn lief was weggegaan.
Een duizeling beving mij
Toen ik zag dat hij er niet meer was.
Ik zocht hem, maar ik vond hem niet,
Ik riep hem, maar hij antwoordde niet.
De wachters vonden mij
Op hun ronde door de stad.
Ze sloegen mij, ze verwondden mij,
Ze rukten mij de sluier af,
De wachters van de muren.
Ik bezweer je, meisjes van Jeruzalem,
Als jullie mijn lief vinden,
Wat zeggen jullie tegen hem?
Dat ik ziek van liefde ben.

Gebed

Moment van stilte

Lied:

Lied: Enkhuizen “Like a flower needs the rain”