Schepping Meditatieviering 08-11-2006

Schepping

Lied - Enkhuizen
Laudate omnes gentens   (37f)
Laudate omnes gentens, laudate dominum.
Laudate omnes gentens, laudate dominum.

Lied – Grootebroek

Welkom en inleiding

Genesis 1, 1-23
De schepping van hemel en aarde
In het begin schiep God de hemel en de aarde. De aarde was nog woest en doods, en duisternis lag over de oervloed, maar Gods geest zweefde over het water.*
God zei: ‘Er moet licht komen,’ en er was licht. God zag dat het licht goed was, en hij scheidde het licht van de duisternis; het licht noemde hij dag, de duisternis noemde hij nacht. Het werd avond en het werd morgen. De eerste dag.
God zei: ‘Er moet midden in het water een gewelf komen dat de watermassa’s van elkaar scheidt.’ En zo gebeurde het. God maakte het gewelf en scheidde het water onder het gewelf van het water erboven. Hij noemde het gewelf hemel. Het werd avond en het werd morgen. De tweede dag.
God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het. Het droge noemde hij aarde, het samengestroomde water noemde hij zee. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Overal op aarde moet jong groen ontkiemen: zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten dragen met zaad erin.’ En zo gebeurde het. De aarde bracht jong groen voort: allerlei zaadvormende planten en allerlei bomen die vruchten droegen met zaad erin. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De derde dag.
God zei: ‘Er moeten lichten aan het hemelgewelf komen om de dag te scheiden van de nacht. Ze moeten de seizoenen aangeven en de dagen en de jaren, en ze moeten dienen als lampen aan het hemelgewelf, om licht te geven op de aarde.’ En zo gebeurde het. God maakte de twee grote lichten, het grootste om over de dag te heersen, het kleinere om over de nacht te heersen, en ook de sterren. Hij plaatste ze aan het hemelgewelf om licht te geven op de aarde, om te heersen over de dag en de nacht en om het licht te scheiden van de duisternis. En God zag dat het goed was. Het werd avond en het werd morgen. De vierde dag.
God zei: ‘Het water moet wemelen van levende wezens, en boven de aarde, langs het hemelgewelf, moeten vogels vliegen.’ En hij schiep de grote zeemonsters en alle soorten levende wezens waarvan het water wemelt en krioelt, en ook alles wat vleugels heeft. En God zag dat het goed was. God zegende ze met de woorden: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk en vul het water van de zee. En ook de vogels moeten talrijk worden, overal op aarde.’ Het werd avond en het werd morgen. De vijfde dag.

Gebed

Moment van stilte

Lied - Enkhuizen
The Lord is my light (nr.37c)
De Heer is mijn licht en mijn redding. Ik vertrouw op Hem.

The Lord is my light, my light and salvation.
In him I trust, in him I trust

Lied – Grootebroek

Genesis 1, 24-31 2,1-4a
God zei: ‘De aarde moet allerlei levende wezens voortbrengen: vee, kruipende dieren en wilde dieren.’ En zo gebeurde het. God maakte alle soorten in het wild levende dieren, al het vee en alles wat op de aardbodem rondkruipt. En God zag dat het goed was.
God zei: ‘Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons lijken; zij moeten heerschappij voeren over de vissen van de zee en de vogels van de hemel, over het vee, over de hele aarde en over alles wat daarop rondkruipt.’ God schiep de mens als zijn evenbeeld, als evenbeeld van God schiep hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en zei tegen hen: ‘Wees vruchtbaar en word talrijk, bevolk de aarde en breng haar onder je gezag: heers over de vissen van de zee, over de vogels van de hemel en over alle dieren die op de aarde rondkruipen.’ Ook zei God: ‘Hierbij geef ik jullie alle zaaddragende planten en alle vruchtbomen op de aarde; dat zal jullie voedsel zijn. Aan de dieren die in het wild leven, aan de vogels van de hemel en aan de levende wezens die op de aarde rondkruipen, geef ik de groene planten tot voedsel.’ En zo gebeurde het. God keek naar alles wat hij had gemaakt en zag dat het zeer goed was. Het werd avond en het werd morgen. De zesde dag.
Zo werden de hemel en de aarde in al hun rijkdom voltooid. Op de zevende dag had God zijn werk voltooid, op die dag rustte hij van het werk dat hij gedaan had. God zegende de zevende dag en verklaarde die heilig, want op die dag rustte hij van heel zijn scheppingswerk.

Schepping
Zon en maan, licht aan de hemel
warmte op aarde voor dag en nacht,
God, het is het werk van Uw handen-
maar meer nog bent U
het licht in onze ogen
de lamp voor onze voeten,
gloed in ons leven
vonk van hoop in ons bestaan.

Hemel en aarde, wolk en water,
zee en zand,
God, het is het werk van Uw handen-
maar meer nog bent U
het pad dat wij maken
het spoor dat wij trekken
onze gang naar elkaar
onze tocht naar U toe.

Bomen en bloemen
vis en vogel
God, ze zijn het werk van Uw handen-
maar meer nog bent U
de kleuren die ze dragen
het lied dat ze zingen
hun vlucht naar de einder

De mens hebt U geschapen
uit de aarde geboetseerd,
uit zijn eigen vlees gevormd-
maar meer nog zijn wij
uw schaduw, uw beeld,
uw geest die ons bezielt,
uw belofte die wij dragen, uw zevende dag.

Gebed

Moment van stilte

Lied - Enkhuizen
Peace like a river (nr.64)
Vrede als een rivier, liefde als een berg. Je geest waait als de wind overall heen, blijdschap als een fontein, een helende levensbron. Kom heilige geest laat je vuur neerdalen.

Lied – Grootebroek

De liefde – 1 Korinthen 13, 1-13
Al sprak ik de talen van alle mensen en die van de engelen – had ik de liefde niet, ik zou niet meer zijn dan een dreunende gong of een schelle cimbaal. Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen – had ik de liefde niet, ik zou niets zijn. Al verkocht ik mijn bezittingen omdat ik voedsel aan de armen wilde geven, al gaf ik mijn lichaam prijs en kon ik daar trots op zijn – had ik de liefde niet, het zou mij niet baten.
De liefde is geduldig en vol goedheid. De liefde kent geen afgunst, geen ijdel vertoon en geen zelfgenoegzaamheid. Ze is niet grof en niet zelfzuchtig, ze laat zich niet boos maken en rekent het kwaad niet aan, ze verheugt zich niet over het onrecht maar vindt vreugde in de waarheid. Alles verdraagt ze, alles gelooft ze, alles hoopt ze, in alles volhardt ze.
De liefde zal nooit vergaan. Profetieën zullen verdwijnen, klanktaal zal verstommen, kennis verloren gaan –want ons kennen schiet tekort en ons profeteren is beperkt. Wanneer het volmaakte komt zal wat beperkt is verdwijnen. Toen ik nog een kind was sprak ik als een kind, dacht ik als een kind, redeneerde ik als een kind. Nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog. Nu is mijn kennen nog beperkt, maar straks zal ik volledig kennen, zoals ik zelf gekend ben. Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde.

Gebed
God,
Schepper van al wat is,
waar een sterke vrouw
haar talenten rijkelijk gebruikt,
zal ze delen in Uw vreugde.
Waar een betrouwbare man
zijn gaven tot ontwikkeling brengt,
mag hij uitzien naar Uw overvloed.
Wij bidden U:
Geef dat wij op onze levensweg
Uw scheppingsplan ten uitvoer brengen,
Vandaag en alle dagen
Die ons gegeven zijn.
Amen.

Sacrament van aanwezigheid en liefde

Gebed
De donkere nacht is voorbij
Dank U wel God, voor de nieuwe dag.
U bent het licht dat alle donker overwint
Uw licht roept alle bloemen open
Uw liefde wekt ons tot nieuw leven.
Help ons om vandaag een goede dag te maken,
zegen ons en al uw mensenkinderen
met wie wij samen op deze aarde wonen.
Help ons mee te bouwen aan het geluk voor allen
Dan gaan wij de weg van Jezus,
vandaag en alle dagen.
Amen.

Moment van stilte

Lied - Enkhuizen
Ubi Caritas (37a)
Ubi Caritas et amor, ubi caritas, Deus ibi est.

Lied – Grootebroek

Johannes 1, 1-18
In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in het begin bij God. Alles is door Hem geworden en zonder Hem is niets geworden van wat geworden is. In Hem was leven en dat leven was het licht der mensen. En het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan. Er trad een mens op, een gezondene van
God; zijn naam was Johannes. Deze kwam tot getuigenis om te getuigen van het licht opdat allen door hem tot geloof zouden komen. Niet hij was het licht maar hij  moest getuigen van het licht. Het ware licht dat ieder mens verlicht, kwam in de wereld. Hij was in de wereld,
was door Hem geworden en toch erkende de wereld  Hem niet. Aan allen die echter Hem wel aanvaardden, aan hen die in zijn naam geloven gaf Hij het vermogen
kinderen van God te worden.
Zij zijn niet uit bloed noch uit begeerte van het vlees of de wil van een man, maar uit God geboren. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid, als de eniggeboren van de Vader ontvangt,
vol genade en waarheid. Wij hebben Johannes getuigenis over Hem, toen hij uitriep: Deze was het van wie hij zei. Hij die achter mij komt, is voor mij, want Hij was eerder dan ik. Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. Werd de wet door Mozes gegeven, de genade en de waarheid kwamen door Jezus Christus. Niemand heeft ooit God gezien, de eniggeboren God, die in de schoot van de Vader is, Hij heeft Hem doen kennen.

Gebed
Heer,
we zijn gewoon om te zeggen:
'Het werd morgen en avond,
de zon gaat op en de zon gaat onder.'
Maar in het verhaal van de Schepping
wordt het eerst avond en dan pas morgen.
Van duisternis naar licht,
van diepe nacht naar opgaande zon
van wanhoop naar HOOP
van 'laat maar zitten' naar 'laat ons opstaan'.
Zonder de avond, zonder het donker
kan het LICHT en kan de HOOP
niet geboren worden.

Moment van stilte

Lied - Enkhuizen
“Vrede voor jou” (nr.39)

Lied - Grootebroek