Samen op weg 11-09-2005

4 koren viering t.g.v. benoeming Pater Peelen sj.

Openingslied: Pelgrimstocht der mensen

Welkomstwoord

Inleiding
"Zij herkenden Hem", staat er geschreven,
"aan het breken van het brood".
Mensen werden getroffen, vernemen wij vandaag,
door Jezus' woorden vol warmte
en zijn gebaar van breken en delen,
van vriendschap en verbondenheid.
Hij deelde liefde en leven
met wij Hij tegenkwam.
Vandaag wil Hij – zo mogen wij geloven –
in woorden en brood van leven ook ons nabij zijn,
zijn vriendschap van harte met ons delen.

Voorlezen van de benoemingsbrief door deken E. Moltzer
Overhandigen van de sleutels van de kerk

Gebed om Vergeving
God, soms hebben we enkel maar oog voor onszelf,
soms zien we de mens niet meer die naast ons staat.

We bidden U: dat er in ons ruimte mag groeien voor anderen.

God, soms leven we gevangen in onszelf, angstig en onzeker.

We bidden U: dat we mensen mogen zijn die oog en oor hebben voor
uw woorden van bevrijding.

God, soms zien we de toekomst somber in,
soms zijn we moedeloos wanneer we de fouten zien van onszelf en van anderen.

We bidden U: geef ons hart warmte waarmee we elkaar kunnen helen.
Omdat we tekortschoten ten opzichte van U en van elkaar,
daarom willen we opnieuw beginnen, want we weten dat U eindeloos vergeeft,
tot zeventigmaal zevenmaal toe door Jezus, uw Zoon en onze Heer.
Amen

Gemengd Koor zingt de mis van Schubert.
Heer ontferm U
Heer ontferm U
Christus ontferm U
Heer ontferm U

Lofzang.

Gebed
Goede God,
Spreek ons onderweg aan,
op onze zoektocht naar liefde, genegenheid en waardering.
Maak het avontuur in ons wakker om op weg te gaan
naar het diepste geluk.
Laat ons beseffen dat ons geluk vermeerdert,
naarmate wij warmhartig delen met anderen.
Maak ons sterk en geestdriftig
om hierbij oude paden te verlaten
om daar te zoeken, waar nog niet gezocht is.
Wees als een kompas,
dat ons oriënteert en zekerheid geeft
tijdens onze goede en tijdens onze slechte dagen.
Amen.

1e Lezing
Zien wat ondenkbaar is
In een dorpje, ergens op het platteland van Rusland, leefde een vroom man. Veel uren bracht hij door in gebed en overweging van Gods woord. Onverwacht verscheen hem in de slaap een engel. De engel vroeg hem of hij God wilde ontmoeten. "Niets liever dan dat", antwoordde de vrome, "als God mij daartoe waardig acht". "Ga dan morgen naar het grote kruispunt, even buiten het dorp", zei de engel, "en rond het middaguur zul je God ontmoeten".
De man was er, uren te vroeg en in zijn beste pak. Hij keek links en hij keek rechts, tuurde langs de bomenrij in de verte en boog zich in alle bochten om maar niets te missen. Maar |God zag hij niet. Teleurgesteld ging hij naar huis. Tot zonsondergang had hij gewacht, maar niemand gezien, geen God, geen engel, geen mens. Alleen een boer, die lange tijd langs de kant van de weg had gestaan om het wiel van zijn kar te repareren.
Die nacht kreeg de vrome opnieuw een verschijning. Geen engel nu. Hij herkende de gestalte en het gezicht van de boer, die met zijn wagen in moeilijkheden was geraakt. En deze vroeg: "Waarom heb je me niet geholpen? Ik had je toch opgeroepen omdat ik je nodig had, gistermiddag rond het middaguur, op het grote kruispunt even buiten het dorp?"
Vanaf dat moment werden zowel de ogen als het hart van de vrome geopend. Hij is sinds die dag nog vromer geworden. Wel hield hij minder tijd over voor zijn gebed en overwegen van Gods woord. Want onderweg naar huis werd hij steeds vaker opgehouden, door God.

Lied: "Santo" (nr.57)

Evangelie (Lucas 24 13-35)
Diezelfde dag gingen twee leerlingen op weg naar een dorp ongeveer twaalf kilometer van Jeruzalem. Het heette Emmaüs. Ze spraken met elkaar over alles wat er gebeurd was. Terwijl ze daar zo over aan het praten waren, kwam Jezus zelf bij hen en liep met hen mee. Maar ze herkenden hem niet, verblind als ze waren. "Waarover lopen jullie te praten?"vroeg hij hun. Somber bleven ze staan. Een van hen, Kleopas, antwoordde: U woont in Jeruzalem, en zou als enige niet weten wat daar de afgelopen dagen gebeurd is?" "Wat dan?"vroeg hij. "Wat er gebeurd is met Jezus van Nazaret,"zeiden zij. "Die man was een profeet. Voor het oog van God en van het hele volk zei en deed hij dingen die van grote macht getuigden. Onze opperpriesters en leiders hebben hem uitgeleverd om hem ter dood te laten veroordelen en hebben hem aan het kruis laten slaan. En wij hoopten dat hij het was die Israël zou bevrijden! Maar inmiddels is het alweer de derde dag sinds dat gebeurd is. Wel hebben enkele vrouwen van onze groep ons in verwarring gebracht. Ze zijn vanmorgen vroeg naar het graf gegaan en hebben zijn lichaam niet gevonden. Ook zeiden ze dat er engelen aan hen waren verschenen die vertelden dat hij leeft. Een paar van ons zijn toen naar het graf gegaan; en het was zoals de vrouwen gezegd hadden. Maar hem hebben ze niet gezien."Toen zei hij tegen hen: "Wat zijn jullie toch dom, wat aarzelen jullie toch om te geloven wat de profeten allemaal gezegd hebben! Moest de Christus dat alles niet lijden om zijn glorie binnen te gaan?"en hij legde hun uit wat er over hem in de hele Schrift staat, te beginnen bij Mozes en al de profeten.
Intussen naderden ze het dorp waar ze heen wilden. Hij deed alsof hij verder wilde gaan, maar zij hielden hem tegen en zeiden: "Blijf bij ons: de dag is bijna om en het wordt al donker."Hij ging mee en bleef bij hen. Toen hij met hen aan tafel was, nam hij het brood, sprak het zegengebed uit, brak het brood in stukken en gaf het hun. Toen gingen hun ogen open en ze herkenden hem; en toen zagen ze hem niet meer. En ze zeiden tegen elkaar: "Brandde ons hart niet in ons toen hij onderweg met ons praatte en de Schrift voor ons opende?"Ze stonden onmiddellijk van tafel op en keerden naar Jeruzalem terug. Daar vonden ze de elf en de anderen van hun groep bijeen. Die zeiden tegen hen: "De Heer is werkelijk door God opgewekt en is aan Simon verschenen!"Toen vertelden zij wat hun onderweg was overkomen en hoe ze hem hadden herkend toen hij het brood brak.

Acclamatie:
Gelukkig die het woord hoort en het beleeft.
Gelukkig is die mens, Heer Jezus, wij danken U.

Overweging

Geloofsbelijdenis (allen)
Ik geloof in God die hemel en aarde,
ruimte en vrijheid heeft geschapen.
Ik geloof in zijn Zoon Jezus
die mens is geworden zoals wij.
Ik geloof in de Geest die ons bezielt, heelt en beschermt.

Ik geloof in God die ons heeft geschapen
als mensen om van te houden.
Ik geloof in zijn Zoon die hart heeft voor elke mens
en die niemand verloren laat lopen.
Ik geloof in de Geest die ons bevrijdt en bemoedigt.

Ik geloof in elke mens, dat hij een mens van God is,
altijd de moeite waard.
Ik geloof in mensen, die elkaar beschermen,
die in staat zijn om gemeenschap te zijn.

Ik geloof dat ons leven zo sterk is en zo kostbaar,
dat het nooit zal vergaan,
dat het – gekend en bemind – bewaard zal blijven
in de handen van God, Schepper van alles wat leeft.

Dat geloof ik omwille van zijn Zoon
die voor ons de laatste dood heeft verdreven.

Voorbede
"Brandde ons hart niet in ons?",
zeiden de twee van Emmaüs tot elkaar.
Dat was toen.
Bidden wij om hartverwarmende ervaringen
binnen kerkgemeenschappen van vandaag en morgen;

Voor allen die geroepen worden
om voor te gaan in gebed en viering:
dat zij uitstralen wat zij belijden;
dat zij, vervuld van vrede,
anderen daarin geloofwaardig doen delen.
Laat ons bidden...

Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

Voor allen die, waar ook ter wereld,
in Zijn naam samen op weg gaan:
dat zij ontvankelijk zijn voor wat hun in
woorden en brood van leven wordt aangereikt:
licht en liefde, vriendschap en vrede.
Laat ons bidden...

Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

Voor onszelf, vanochtend hier samengekomen:
dat in ons leven van alledag vruchtbaar wordt
wat wij hier mogen ervaren:
warmte van God-met-ons,
met mensen begaan, om mensen bewogen.
Laat ons bidden...

Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

*Parochiële voorbeden

Zegen onze wereld, God,
met warmte van vriendschap en vrede,
waarin mensen, van U vervuld,
elkaar van harte nabij willen zijn.
Amen

de Tafel wordt gereed gemaakt

Collecte

Lied: "Deel mijn liefde" (nr.50)

Gebed over de gaven:

Het grote dankgebed:
P. De Heer zal bij u zijn
A. De Heer zal u bewaren.
P. Verheft uw hart.
A: Wij zijn met ons hart bij de Heer.
P. Brengen wij dank aan de Heer, onze God.
A. Hij is onze dankbaarheid waardig.

P. Heer, onze God,
hoe wonderlijk zijn de wegen die U met ons gaat.
U roept ons aan de dag
uit de duistere nacht van het niets.
U geeft ons een naam en roept ons om mens te worden,
om zoekend en tastend te komen op het spoor van het leven.
Daarom prijzen wij Uw naam en zingen u toe met de woorden:

Heilig, Heilig.
Heilig, heilig, heilig, heilig is de Heer!
Heilig, heilig, heilig, heilig zonder meer!
Hij de eeuwig zijnde levend vóór de tijd,
Hij, die zonder einde Heerst in eeuwigheid.

Heilig, heilig, heilig, heilig is de Heer!
Heilig, heilig, heilig, heilig zonder meer!
Macht, mysterie, liefde straalt door alles heen!
Heilig, heilig, heilig, heilig Hij alleen.

Tafelgebed

Liefhebbende God,
Wij danken U, dat U ons van in den beginne
vergezelt en tot elkaar breng,
van vreemden tot vrienden maakt,
een levend antwoord op elkaars vraag naar geluk.

Wij danken U, dat U ons voorgaat en het licht wilt zijn
onderweg van de woestijn naar een land
waar verkwikkend water is en brood voor alleman.
In woorden van belofte bij monde van profeten.

Wij danken U, dat U ons de weg ten leven hebt gewezen
in Jezus, de man van Nazareth,
die nieuwe Adam, nieuwe Mozes heet.
Die onze weg is gegaan, onze weg is geworden
die voert van Egypte naar Kanaän,
van oorlog naar vrede,
van Bethlehem naar Jeruzalem,
van nergens vandaan tot U,
van Jeruzalem naar Jericho,
van U tot elkander.

Wij danken U, dat Hij ons vergezelt en op het spoor brengt
van uw verhaal met de mensen.
Dat Hij de schriften openlegt en ons laat zien
dat sterven leven is en leven delen
toen Hij op de avond voor zijn lijden en dood
het brood nam, uw Naam zegende in dankzegging,
het brak en ronddeelde met de woorden:
Dit is mijn lichaam voor U;
tot vergeving van zonden;
doet dit tot mijn gedachtenis.

Toen hij de beker nam,
U dank zegde
en hem aan zijn vrienden gaf met de woorden:
Dit is het nieuwe verbond in mijn bloed
dat voor u allen vergoten zal worden.

P. Verkondigen wij het mysterie van het geloof.
A. Heer Jezus, wij verkondigen uw dood
en wij belijden tot U weerkeert dat U verrezen bent.

Wij bidden U:
Open ons hart voor Hem
en breng ons van Jeruzalem naar Emmaus,
open onze ogen voor de Vreemdeling
in wie de schriften opengaan.
Vervul ons van het geheim van het leven
dat gelegen is in zijn kruis,
in zijn dood, de poort tot het leven.
En laat ons met geopende ogen
en met een geopend hart terugkeren naar Jeruzalem.

Laat zijn Geest ons maken tot getuigen
van uw trouw aan de mensen.
Dat wij het leven liefhebben
en de aarde tot nieuw land maken
waar het brood wordt gebroken tot voedsel voor iedereen.
Waar de beker rondgaat tot ieders vreugde.
Waar mensen en volken elkaar bij name noemen
en de vredeshand reiken.
Waar het duister van de dood
verdwijnt in het licht van de dag
en wij u dank zeggen
om alles wat U voor ons bent.
En u aanspreken met de naam
die u het liefste is:

Onze Vader
Onze Vader, die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd.
Uw rijk kome.
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schuld,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.

V. Verlos ons Heer, van alle kwaad. Geef vrede in onze dagen. Dat wij, gesteund door uw barmhartigheid, vrij mogen zijn van zonde, en beveiligd tegen alle onrust, hoopvol wachtend op de komst van Jezus Messias, uw Zoon.
A. Want van U is het koninkrijk, en de kracht en de heerlijkheid in eeuwigheid. Amen.

Vredeswens
Daar waar vriendschap is en liefde,
daar is God in ons midden,
daar leven mensen in vrede met elkaar.
Wij bidden dat wij zulke mensen zijn
en de weg van vrede gaan,
zoals Jezus ons heeft voorgedaan.
Moge de vrede van God met ons zijn.
Wenst elkaar de vrede...

Uitnodiging tot de communie

Lam Gods
Mijn Heiland, Heer en Meester Uw woord zo zegen rijk,
Belooft ons uwer vrede, uw eeuwig vredes rijk.
Lam dat zich off'rend delgde der mensen zware schuld.
Zend ons uw eeuw'ge vrede, die ons geheel vervult.

Mijn Heiland, Heer en Meester Uw woord vergevens rijk,
Spreekt ons van uwer vrede, uw eeu'wig vredes rijk.
Schenk ons des hemels ruste, die d'aarde nimmer biedt.
Die onze ziel vertrooste, met een vervullend lied.

Communie

Communielied: "Gebed" (nr.58)

Slotgebed
Heer Jezus, U bent tot ons gekomen
met een blijde boodschap.
Wij vragen U
dat U steeds meer herkenbaar wordt
in de velen die onze wegen kruisen,
in vrouwen en mannen, die anders denken dan wij,
in hen die buitengesloten zijn
en waar bijna niemand oog voor heeft.
Wij bidden U
dat U herkenbaar blijft in onze gezinnen,
in onze vriendschappen,
in onze ontmoetingen,
opdat zo Uw rijk kome, overal.
Amen.

Zegenwens
"Brandde ons hart niet?"
zeiden de twee van Emmaüs tot elkaar
na hun ontmoeting met Jezus.
En zij gingen op weg
om hun ervaringen met velen te delen.
Ook wij zullen op weg gaan.
In woord en werk mogen ook wij uitstralen
wat mensen in vriendschap en vrede
met elkaar verbindt.
Dat mogen wij elkaar van harte toewensen
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen.

Slotlied: "Nu wij uiteengaan" (allen)