Ontmoeting 26-03-2011

Voor de viering zingt het koor:
"Carriers of the light" (nr.72)

Openingslied: "Gloria Tibi" (nr.4)

Welkomstwoord

Inleiding
De ontmoeting aan de waterput
Een pracht van een verhaal horen wij dit weekend, naar het evangelie van Johannes. Grenzen worden hier verlegd, want Jezus doorbreekt met zijn optreden twee taboes. Het was verboden om als Jood met een vreemde vrouw te praten en het was verboden om als Jood met een Samaritaan te praten. Maar Jezus zoekt heel bewust de ontmoeting met de vrouw. Wie het verhaal goed leest, ziet dat Jezus een aantal misvattingen uit de weg ruimt, en dat de vrouw in deze ontmoeting zelf verandert. Johannes laat ons zien, dat zowel de ogen van de vrouw alsook de ogen van de leerlingen geopend worden.
De vrouw gaat inzien wie deze man is, die bij haar aan de waterput zit. Eerst ziet ze Jezus alleen maar als een man die dorst heeft. Vervolgens spreekt zij hem aan als Jood. Daarna zegt ze: "Ik zie dat U een profeet bent." Tegen de mensen in de stad zegt ze: "Kom eens kijken naar een man die mij alles heeft verteld wat ik gedaan heb. Zou Hij soms de Messias zijn?"
Door de ontmoeting met Jezus gaat deze vrouw anders zien.
Moge de ontmoeting met onze medemensen onze kijk op elkaar verrijken en onze kijk op het leven verdiepen. Het zal ons de ogen ook openen voor Gods nabijheid in het leven van mensen.

Gebed om Vergeving (gezongen)
"Gebed" (nr.58)

Openingsgebed
Liefdevolle God, U weet wat in ons leeft
aan dromen en verlangens,
aan weemoed en twijfel.
Geef ons rust en vrede in ons hart,
Les omwille van Uw Zoon onze dorst naar U,
want U kunt ons hart geborgenheid schenken,
en U bent liefde en onvergankelijk leven.
Amen.

1e Lezing
Soms ontmoet je een mens
bij wie je mag zijn
zoals je bent:
onzeker en klein.
Iemand bij wie je veiligheid vindt
en weet, dat je ondanks je fouten,
toch wordt bemind.
Soms ontmoet je een mens
met een warmvoelend hart,
daar voel je je geborgen
in leed en in smart.
In aanvoelend weten,
zonder te vragen,
word je geholpen
jouw zorgen te dragen.
Soms ontmoet je een mens
die jouw warmte vraagt
en wie jij je innigste
liefde toedraagt.
Zo ontstaat harmonie,
is het goed om te leven:
wat jou geschonken is
mag jij verder geven.

Lied: "Van hart tot hart" (nr.23)

Evangelie Johannes 4, 5-42
Jezus, was te weten gekomen dat de farizeeën gehoord hadden dat Hij meer leerlingen trok en doopte dan Johannes. - Eigenlijk doopte Jezus niet zelf, maar zijn leerlingen. - Daarom verliet Hij Judea en vertrok Hij weer naar Galilea.
Hiervoor moest Hij door Samaria. Zo kwam Hij bij de Samaritaanse stad Sichar, die in de buurt ligt van het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef had gegeven, en waar zich de Jakobsbron bevindt. Jezus, die afgemat was van de tocht, was bij de bron gaan zitten. Het was ongeveer het zesde uur. Een Samaritaanse vrouw kwam water putten. Jezus sprak haar aan: 'Geef Mij wat te drinken.' Zijn leerlingen waren eten gaan kopen in de stad. De Samaritaanse vrouw antwoordde: 'Hoe kunt U als Jood te drinken vragen aan mij, een Samaritaanse?' Joden willen namelijk met Samaritanen niets te maken hebben. Jezus hernam: 'Als u de gave van God kende, als u wist wie het is die tegen u zegt: geef Mij te drinken, dan had u Hem erom gevraagd en Hij had u levend water gegeven.' 'Maar heer,' zei de vrouw, 'U hebt niet eens een emmer en het is een diepe put. Waar wilt U dat levende water dan vandaan halen? Of bent u soms groter dan onze vader Jakob, die ons de put heeft nagelaten en er zelf uit gedronken heeft, evenals zijn kinderen en zijn kudden?' Jezus antwoordde: 'Iedereen die drinkt van dit water, krijgt weer dorst, maar wie drinkt van het water dat Ik hem zal geven, krijgt in eeuwigheid geen dorst meer; integendeel: het water dat Ik hem zal geven, zal in hem opborrelen als een bron van eeuwig leven.' 'Heer,' zei de vrouw, 'geef mij van dat water, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik hier niet telkens te komen putten.'
Daarop zei Jezus: 'Ga uw man roepen en kom hier terug.' 'Ik heb geen man', antwoordde de vrouw. 'Dat zegt u terecht, dat u geen man hebt,' zei Jezus. 'Want u hebt vijf mannen gehad, en die u nu hebt is uw man niet. Wat u daar zegt, is waar.' 'Heer,' zei de vrouw, 'ik zie dat U een profeet bent. Onze voorouders hebben op die berg daar God aanbeden, maar volgens jullie is Jeruzalem de plaats waar men moet aanbidden. 'Geloof Me,' zei Jezus, 'er komt een uur dat men niet meer op die berg daar en ook niet in Jeruzalem de Vader zal aanbidden. - Jullie aanbidden wat je niet kent, wij aanbidden wat we wel kennen; de redding komt immers uit de Joden. - Er komt een uur, ja het is er al, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest° en waarheid: dat zijn de aanbidders waar de Vader naar uitziet. God is geest, en zij die Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid.' De vrouw antwoordde: 'Ja, er komt een Messias, dat weet ik.' (Messias betekent: gezalfde.) 'Als die er is, zal Hij ons alles verkondigen.' Daarop zei Jezus tegen haar: 'Dat ben Ik, degene die met u spreekt.'
Juist op dat moment kwamen zijn leerlingen terug. Het verwonderde hen dat Hij in gesprek was met een vrouw. Toch vroeg geen van hen: 'Wat wilt U eigenlijk?' of 'Wat hebt U met haar te bepraten?' De vrouw liet haar kruik staan, liep naar de stad en zei tegen de mensen: 'Kom eens kijken, daar is iemand die mij wist te vertellen wat ik allemaal gedaan heb. Zou Hij soms de Messias zijn?' Toen liepen ze de stad uit, naar Hem toe.
Ondertussen drongen de leerlingen bij Hem aan: 'Eet toch iets, rabbi.' Maar Hij zei: 'Ik heb al iets te eten, voedsel dat jullie niet kennen.' De leerlingen zeiden onder elkaar: 'Zou iemand Hem al eten gebracht hebben?' Daarop zei Jezus: 'Mijn voedsel is: de wil doen van Hem die Mij gezonden heeft en het werk volbrengen dat Hij Mij heeft opgedragen. Zeggen jullie niet: Nog vier maanden en dan komt de oogst? Welnu, Ik zeg jullie: kijk eens goed naar de velden, ze staan wit, rijp voor de oogst. Nu al krijgt de maaier zijn loon en verzamelt hij vruchten voor het eeuwige leven; zo kan de zaaier delen in de vreugde van de maaier. Want het gezegde 'de een zaait en de ander maait' is waar: Ik heb jullie uitgezonden om een oogst binnen te halen waarvoor je je niet hebt afgemat: anderen hebben zich afgemat en jullie plukken de vruchten van hun werk.'
Uit die stad waren vele Samaritanen in Hem gaan geloven op grond van het woord van de vrouw die getuigd had: 'Hij wist me alles te vertellen wat ik gedaan heb.' Toen de Samaritanen naar Hem toe gekomen waren, vroegen ze Hem bij hen te blijven. Hij bleef daar twee dagen. En nog veel meer kwamen er tot geloof door zijn woord. En ze zeiden het ook tegen de vrouw: 'Nu geloven we niet meer op grond van wat jij verteld hebt; we hebben Hem zelf gehoord en nu weten we: dit is werkelijk de redder van de wereld.'
Na die twee dagen trok Hij verder, naar Galilea. En dat terwijl Jezus zelf had verklaard dat een profeet in zijn vaderland geen erkenning vindt. Toen Hij in Galilea kwam, bleek Hij daar welkom te zijn: de Galileeërs waren immers ook in Jeruzalem op het feest geweest en hadden gezien wat Hij toen allemaal had gedaan.

Overweging

Geloofsbelijdenis (allen)
Ik geloof in God die hemel en aarde,
ruimte en vrijheid heeft geschapen.
Ik geloof in zijn Zoon Jezus
die mens is geworden zoals wij.
Ik geloof in de Geest die ons bezielt, heelt en beschermt.
Ik geloof in God die ons heeft geschapen
als mensen om van te houden.
Ik geloof in zijn Zoon die hart heeft voor elke mens
en die niemand verloren laat lopen.
Ik geloof in de Geest die ons bevrijdt en bemoedigt.
Ik geloof in elke mens, dat hij een mens van God is,
altijd de moeite waard.
Ik geloof in mensen, die elkaar beschermen,
die in staat zijn om gemeenschap te zijn.
Ik geloof dat ons leven zo sterk is en zo kostbaar,
dat het nooit zal vergaan,
dat het – gekend en bemind – bewaard zal blijven
in de handen van God, Schepper van alles wat leeft.
Dat geloof ik omwille van zijn Zoon
die voor ons de laatste dood heeft verdreven.

Voorbede
God die ons tegemoet komt, tot U bidden we:
Voor mensen die gevangen zijn in hun cultuur, voor hen aan wie de ontmoeting met anderen wordt ontzegd; dat ze mensen mogen tegenkomen met een uitgestoken hand.
Dat wij zulke mensen mogen zijn...
Voor mensen, die bang zijn voor het onbekende, voor hen, die weg zien als een vreemdeling op hun weg komt; dat ze mensen mogen tegenkomen, die hun angst wegnemen.
Dat wij zulke mensen mogen zijn...
Voor mensen die juist naar die ander toegaan, voor hen die in die ander een verrijking zien;
dat ze mensen mogen tegenkomen, die hen bevestigen.
Dat wij zulke mensen mogen zijn...
Voor mensen die grenzen durven te verleggen, voor hen die ruimhartig durven denken en handelen; dat ze mensen mogen tegenkomen, die hen bemoedigen.
Dat wij zulke mensen mogen zijn...
Parochiële voorbeden

de Tafel wordt gereed gemaakt

Collecte

Tijdens de collecte zingt het koor:
"Let us break bread together" (nr.48)
Laten we samen, op onze knieën het brood breken,
wijn drinken en God loven. God wees mij genadig.

Tafelgebed
Liefdevolle God,
we danken U voor het brood,
door U aan ons gegeven.
Hierin herkennen we hoe Jezus zich heeft willen geven
voor het heil van alle mensen.
In zijn ontmoeting met de vrouw aan de waterput
heeft Hij ons laten zien,
dat taboes kunnen worden doorbroken
tot zegen van allen.
Geef ons hoop en vertrouwen,
dat in menselijke toenadering ogen open gaan
en harten zich verwarmen.
Leer ons ontvankelijk te zijn voor Uw boodschap,
dat we in geloof en vertrouwen op U mogen bouwen.
Help ons respect op te brengen voor elkaar.
Laat ons in vrede leven met elkaar,
ondanks onze verschillen,
zodat niet angst en wantrouwen ons leven leiden,
maar vredelievendheid en wederzijds begrip.
Op de avond voor Zijn lijden
was Jezus met Zijn vrienden samen.
Hij nam brood, zegende het,
brak het en gaf het aan de zijnen, met de woorden:
"Neemt en eet hiervan, jullie allen,
want dit is Mijn Lichaam, gegeven voor u".
Zo nam Hij ook de beker,
sprak een dankgebed
en gaf hem aan Zijn vrienden, met de woorden:
"Drinkt allen hieruit,
want dit is de beker van het nieuwe, altijddurende verbond,
dit is Mijn Bloed dat voor u
en allen vergoten wordt
tot vergeving van zonden.
Blijft dit doen om Mij te gedenken.
Liefdevolle God,
Laat ware vrede groeien in onze omgeving,
in ons land, in kerken en wereld,
tot lof en eer van Uw naam en tot welzijn
van al Uw mensen.
Amen.

Onze Vader
Onze Vader, die in de hemel zijt,
uw naam worde geheiligd.
Uw rijk kome.
Uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel.
Geef ons heden ons dagelijks brood,
en vergeef ons onze schuld,
zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven.
En leid ons niet in bekoring,
maar verlos ons van het kwade.
Amen.

Lied: "Op zoek naar vrede" (nr.35)

Vredeswens

Uitnodiging tot de communie

Communie

Muzikaal intermezzo:

Slotgebed
Liefdevolle God,
Uw zoon Jezus laat ons zien wat een ontmoeting vermag.
Hij doorbreekt een taboe,
omdat een mens Hem ter harte gaat.
Laat ook ons steeds het heil en welzijn van de mensen
voor ogen houden.
Dat we de ontmoeting met elkaar niet uit de weg gaan,
maar samen willen werken aan een wereld,
die bewoonbaar is voor allen.
Dat vragen we U, in naam van Uw zoon,
die ons deze weg heeft gewezen.
Amen.

Slotlied: "Lord let me serve" (nr.14)
Heer laat me u dienen, geef mij een doel in het leven.
Ik wil u liefhebben en dienen, dat is mijn gebed.

Zegen en Wegzending
Levend water werd ons aangereikt
in woorden van iemand,
die ons dorstige hart Gods vrede toewenst.
Van die vrede vervuld, mogen wij onze weg vervolgen,
vrede delend met allen,
die wij op onze weg ontmoeten zullen,
in de naam van de Vader en de Zoon en de heilige Geest.
Amen.

"You can count on me" (nr.45)
Je kunt op me rekenen,
wat er ook gebeurt ik zal er altijd voor je zijn!