106. Geef me je hand

Geef mij je hand als ik de weg niet vind
als ik een kind ben dat verdwaald is, in de tijd
en als de lange reis dan echt begint
wees dan de engel die me leidt.

Refr.: Langs de stenen en de kuilen
naar een huis om in te schuilen,
waar we lachen om het huilen van de wind,
om er te spelen en te eten
en om alles te vergeten
en te weten dat jij er bent.

Jij bent de tuinman die me water geeft
jij bent de vogel die me mee draagt op zijn rug
en als de vrede mij verlaten heeft
breng jij me altijd weer terug.

Refrein:

En als ook jij opeens geen weg meer weet
wanneer je zweeft tussen de waarheid en de waan.
Als je de sleutel zoekt die liefde heet
weet dat ik met je mee zal gaan.

Refrein:
Jij die m'n liefde kent,
jij die een spiegel bent,
jij die jezelf herkent,
in mij.