Terug naar hoofdinhoud

De kunst van rust nemen

Terwijl ik dit schrijf, ben ik op vakantie in Italië. De zon schijnt, mensen zitten samen aan tafel, en overal lijkt het leven even trager te gaan. Dat doet deugd. Want eerlijk gezegd: wij hebben rust nodig.
We leven in een samenleving waarin agenda’s voortdurend vol staan. Wanneer je aan mensen vraagt hoe het gaat, hoor je vaak hetzelfde antwoord: “Prima, maar druk.” We zijn altijd bezig, altijd bereikbaar en altijd onderweg. Alsof stilvallen bijna verboden is geworden.

Het woord vakantie komt van het Latijnse werkwoord ‘vacāre’: leeg zijn, vrij zijn. Vakantie betekent dus niet zomaar ontsnappen aan het gewone leven, maar ruimte maken. Vrij worden van verplichtingen, van haast en van voortdurende druk.

Ook in het geloof zien we hoe belangrijk rust is. In het Evangelie zegt Jezus tegen zijn leerlingen: “Kom nu mee naar een eenzame plaats om alleen te zijn en rust daar wat uit” (Marcus 6,31). Zelfs de leerlingen, die volop bezig waren met hun zending, moesten leren stoppen en ademen.

Rust betekent echter niet: helemaal niets meer doen. Dat maakt een mens op den duur ook niet gelukkig. Vakantie kan juist een tijd zijn om opnieuw aandacht te hebben voor de kleine dingen: een goed gesprek, samen eten, een wandeling, een boek lezen of genieten van de schoonheid van de schepping. En waarom ook niet een klein gebed tussendoor? Een eenvoudig schietgebedje, een kruisteken voor het eten of een kaarsje in een kerk onderweg kan ons helpen om ook innerlijk tot rust te komen.

Misschien is dat wel de echte betekenis van vakantie: niet leegte, maar ruimte. Ruimte voor God, voor elkaar en voor onszelf.

Ik wens u allen een gezegende en rustige zomertijd toe.


Met vriendelijke groet,
Pastoor Andrea Geria